Lidmaatschap

Over het lidmaatschap is door James Hindes, geestelijke in Denver, USA, een artikel geschreven, waarin de overwegingen helder worden verwoord. We hebben dit artikel vertaald en hieronder integraal overgenomen.

Enkele gedachten over het lidmaatschap en de relatie tot andere wegen

James Hindes

Ik word soms wel eens gevraagd wat het betekent om lid te zijn van de Christengemeenschap. Het betekent dat iemand gedurende een voldoende lange tijd heeft deelgenomen aan het sacramentele leven van de gemeente en de cultus van de mensenwijdingsdienst heeft ervaren als zijn of haar “spirituele thuis.” Onder hen die op zoek zijn naar antwoorden op de vraag naar betekenis en heelheid in een gebroken wereld zijn er mensen die hulp ervaren door de communie, door deelname in Christus. Een dergelijke communie is eenwording met een wezen dat de drager is van je “echte” zelf, je “hogere” zelf. We ervaren tijdelijk een soort één-zijn, de wereld lijkt een beetje meer samenhang te hebben. Als men een “spiritueel thuis” heeft gevonden, kan men zich beter thuis voelen in de aardse wereld.


Toch betekent het lidmaatschap niet dat de enige toegang tot de geest via de sacramenten gaat, noch betekent dit besluit dat de Christus alleen gevonden kan worden in één Kerk. Christus is overal aan het werk in de wereld en zou kunnen worden gehoord in de diepten van elke menselijke ziel. Vereniging met Hem, dat altijd een heilig moment is wanneer het echt gebeurt, kan op verschillende manieren plaats vinden. En het is in de aard van Christus zelf dat geen enkel pad voor een modern mens naar vereniging met Hem – zij het via meditatie, via de sacramenten of via een grotendeels onbewuste weg van lotsbeschikking –  aanspraak kan maken op exclusiviteit of een grotere waarde. Elk pad dat leidt naar Christus is waardevol, want hij heeft gezegd: “Ik ben de weg …” Maar elk pad heeft ook zijn gevaren, zoals bij meditatie: spirituele ijdelheid;  via ritualen: geestelijke luiheid; door lotsbeschikking: wrok en de weigering om wakker te worden. Deze risico’s zijn niet uniek voor ieder pad dat genomen wordt, maar overlappen elkaar in grote mate net zoals de verschillende paden elkaar kunnen overlappen in het leven van individuen.
Iedereen die een pad van spirituele discipline en meditatie bewandelt, zal alleen maar sterker worden in dit streven door een innerlijke actieve deelname aan de ritualen en de sacramenten. Maar alleen als zij zelf willen deelnemen aan het rituaal, om persoonlijke redenen die zich diep van binnen aanmelden als een “heilig moeten”. Maar er is geen sprake van een moeten van buitenaf. Aan de andere kant zal regelmatige deelname aan de mensenwijdingsdienst, of een andere geldige vorm van de eucharistie,  wanneer het vergezeld gaat met een vurig hart gevuld met een “actieve ontvankelijkheid,”  helpen om het denken te stimuleren door middel van hartenkrachten. Als het denken op die manier levendiger en bewegelijker wordt, is het vanzelfsprekend voor een individu om naar een ruimer begrip te zoeken van de ideeën die zijn gehoord, gedacht en gebeden in het rituaal. Dit kan ertoe leiden dat mensen bijvoorbeeld de geesteswetenschap van Rudolf Steiner gaan bestuderen. Dus, zoals men kan verwachten van twee paden die leiden naar hetzelfde doel, namelijk Christus zelf, dienen deze twee manieren ter aanvulling en ondersteuning van elkaar.

Rudolf Steiner werd eens gevraagd of een ingewijde, iemand die in staat is om direct de verbinding aan te gaan met wezens in de geestelijke wereld, ook de communie zou gebruiken in de vorm van brood en wijn. Hij antwoordde dat het antwoord volledig afhankelijk is van de ingewijde, dat er geen algemeen beginsel is. In dit meest persoonlijke gebied zijn er geen regels met betrekking tot welk pad of een combinatie van paden iemand moet volgen bij het zoeken naar de vereniging met Christus. De enige zekerheid is dat iedereen zelf verantwoordelijk is om te bepalen welke paden vruchtbaar zijn voor hem of haar.

Iemand die de sacramenten heeft ervaren in de Christengemeenschap kan tot het inzicht komen: “Ja, dit is  werkelijkheid, hier is genezing en hulp voor het leven. Hier vind ik de kracht die mij helpt om anderen te helpen. Hier is een bron van het Goede in en voor de wereld. Ik wil mij verenigen met deze gemeenschap, die het Goede toelaat, zodat het Goede verder in de wereld wordt verspreid”. Wanneer iemand tot deze conclusie komt en lid wil worden van de Christengemeenschap, dan moet hij of zij een afspraak maken met een priester voor de volgende stap.